Assertiviteit is het vermogen om te zeggen wat je denkt, wilt of nodig hebt, op een manier die de ander in zijn waarde laat. Veel mensen denken bij het woord aan mondig of zelfs brutaal gedrag. Dat beeld klopt niet, en het houdt juist de mensen tegen die er het meest aan zouden hebben. In dit artikel lees je wat assertiviteit betekent, hoe het verschilt van subassertief en agressief gedrag en hoe je het op het werk oefent.
Wat assertiviteit betekent
Assertief zijn betekent dat je je eigen belang serieus neemt en dat van de ander ook. Je zegt het als je het ergens niet mee eens bent, je vraagt om wat je nodig hebt en je zegt nee als iets niet past. Je doet dat rechtstreeks en rustig, zonder te sussen en zonder aan te vallen.
Het woord komt van het Latijnse asserere: beweren, voor iets uitkomen. Daar zit de kern. Assertiviteit gaat over uitkomen voor jezelf, niet over winnen van een ander.
Assertief, subassertief en agressief: drie keer dezelfde situatie
Het verschil wordt het duidelijkst als je één situatie drie keer bekijkt. Het is vrijdagmiddag vier uur. Je leidinggevende vraagt of je de presentatie voor maandag nog even wilt aanpassen. Je hebt om half zes een afspraak die je niet wilt verzetten.
Subassertief: "Ja hoor, geen probleem." Je zegt je afspraak af of werkt het weekend door, en je baalt ervan. Je leidinggevende weet van niets en vraagt het volgende week gewoon weer.
Agressief: "Alweer op vrijdagmiddag? Dit had je ook dinsdag kunnen vragen." Misschien heb je een punt, maar het gesprek gaat nu over wie er fout zit en niet meer over de presentatie.
Assertief: "Vandaag lukt het niet meer, ik heb om half zes een afspraak. Maandagochtend om negen uur kan ik er een uur aan besteden. Is dat op tijd?" Je bent duidelijk over wat wel en niet kan, en je denkt mee over een oplossing.
Er is ook een vierde stijl die vaak over het hoofd wordt gezien: passief-agressief. Je zegt ja, maar levert het werk expres net te laat of half af. Van buiten lijkt het meegaand, van binnen is het verzet. Dat is voor iedereen het lastigst om mee te werken.
Wat assertiviteit niet is
Het is niet hard zijn. Assertief gedrag kan heel vriendelijk klinken. Het verschil met agressief zit niet in het volume, maar in waar de aandacht naartoe gaat: naar jouw situatie of naar wat er mis is met de ander. In het artikel over grenzen aangeven zonder hard te worden lees je hoe dat klinkt in een concreet gesprek.
Het is niet altijd je zin krijgen. Je kunt assertief zijn en toch het kortste eind trekken. Een leidinggevende mag een verzoek alsnog doorzetten. Het verschil is dat het besluit dan genomen wordt met alle informatie op tafel, en dat jij niet achteraf blijft rondlopen met wat je niet gezegd hebt.
Het is geen karaktertrek. Sommige mensen hebben het van huis uit meegekregen, anderen niet. Maar assertiviteit is gedrag, en gedrag kun je leren. Iemand die in een vergadering zwijgt, kan een uur later tegenover een klant prima zeggen wat er wel en niet kan. Het hangt af van de situatie, niet van wie je bent.
Voorbeelden van assertief gedrag op het werk
Assertiviteit zit niet in grote confrontaties, maar in gewone werkmomenten. Een paar voorbeelden:
Een verzoek weigeren. "Ik kan dit deze week niet oppakken. Volgende week dinsdag wel."
Kritiek geven. "In het verslag mis ik de cijfers van het derde kwartaal. Kun je die nog toevoegen?" Je benoemt wat je ziet, niet wat je van de ander vindt.
Om hulp vragen. "Ik loop vast op deze planning. Heb je tien minuten om mee te kijken?" Ook dit is assertief: je zegt wat je nodig hebt in plaats van door te modderen.
Je mening geven in een vergadering. "Ik zie het anders. Als we dit in december invoeren, valt het samen met de jaarafsluiting." Je hoeft niet te wachten tot iemand je iets vraagt.
Reageren op kritiek. "Daar heb je gelijk in, dat had ik eerder moeten melden." Of juist: "Dat herken ik niet. Kun je een voorbeeld geven?" Assertief is ook kunnen toegeven zonder jezelf af te kraken.
Waarom het lastig is en hoe je het oefent
De meeste mensen weten best wat ze zouden willen zeggen. Het lukt alleen niet op het moment zelf. Dat heeft meestal met een verwachting te maken: dat de ander boos wordt, dat je als lastig te boek komt te staan of dat de sfeer verpest is. Die verwachting is vaak sterker dan wat er in werkelijkheid gebeurt.
Hoe weet je of je zelf te weinig of juist te veel duwt? Een paar signalen. Zeg je vaak ja en heb je daar later spijt van? Merk je dat je na een gesprek in gedachten nog voert wat je had willen zeggen? Dan duw je waarschijnlijk te weinig. Krijg je terug dat je fel overkomt, of merk je dat collega's dingen niet meer met je bespreken? Dan duw je misschien te hard.
Oefenen begint klein. Niet bij het lastige gesprek met je leidinggevende, maar bij momenten waar weinig van afhangt:
Kies één situatie per week. Bijvoorbeeld: in het eerstvolgende overleg één keer je mening geven voordat iemand ernaar vraagt.
Zeg het kort. Een lange aanloop klinkt onzeker en geeft de ander ruimte om je in de rede te vallen. Begin met de kern.
Kijk achteraf wat er gebeurde. Niet wat je dacht dat er zou gebeuren. Meestal valt de reactie mee, en dat geeft vertrouwen voor de volgende keer.
In het begin voelt het onnatuurlijk. Dat is normaal en het gaat over. Wat vreemd voelt voor jou, klinkt voor de ander meestal gewoon duidelijk.
Eén voorbeeld uit de praktijk
Bij een gemeente trainden we een groep medewerkers van verschillende afdelingen in een open training assertiviteit. De meesten wisten best wat ze wilden zeggen. Het ging mis in hoe ze het zeiden. In de oefeningen met onze trainingsacteur werd dat snel zichtbaar. Wie een grens verpakte in verkleinwoorden, of het eigen belang kleiner maakte dan het was, merkte dat de acteur er zonder moeite overheen stapte.
Wat deelnemers na afloop als eerste actie opschreven, was daarom vaak heel klein. Eén deelnemer wilde grenzen voortaan zonder verkleinwoorden aangeven en erbij zeggen wat een situatie met je doet, omdat dat het voor de ander makkelijker maakt om te begrijpen. Een ander wilde in overleggen een collega bij naam aanspreken om zo het woord te krijgen en een eigen onderwerp in te brengen. Een van de deelnemers had na de eerste sessie al een paar tips toegepast, op het werk en thuis, en merkte meteen verschil.
Wanneer een training assertiviteit zinvol is
Lezen over assertiviteit helpt om het te herkennen. Het in de praktijk doen is iets anders. Dat leer je vooral door te oefenen met situaties die je zelf tegenkomt, en door terug te horen hoe je overkomt. Je eigen toon en lichaamstaal kun je zelf maar moeilijk inschatten.
Een training is zinvol als je merkt dat hetzelfde patroon steeds terugkomt: je zegt ja terwijl je nee bedoelt, je houdt je mond in overleggen of je gesprekken lopen vaker uit de hand dan je wilt. Ook in teams waar dingen niet hardop gezegd worden, levert het veel op. In de training assertiviteit werk je met je eigen werksituaties, zodat je oefent met precies de gesprekken die voor jou lastig zijn. Wil je weten of dat bij jou of je team past, kijk dan op de pagina over de assertiviteitstraining of plan een kennismaking.